Paniekaanvallen bij kinderen: hoe de paniekcirkel helpt

Gepubliceerd op 3 maart 2026 om 09:39

Soms begeleid ik een kind dat ineens volledig overspoeld wordt door angst. Zo ook een jongen van 10 jaar die ik op school begeleid. Hij was niet bang voor monsters onder zijn bed of voor iets wat je zou kunnen aanwijzen. Hij was bang om een paniekaanval te krijgen. En precies dát zorgde ervoor dat de paniek steeds bleef terugkomen.

Wat is een paniekaanval eigenlijk?

Een paniekaanval voelt enorm heftig. Het hart bonkt, je wordt duizelig, je krijgt het warm of juist koud. Sommige kinderen zijn ervan overtuigd dat ze flauwvallen of geen lucht meer krijgen. Voor een kind voelt het alsof er écht iets misgaat. Maar wat veel kinderen — en ook veel volwassenen — niet weten, is dat angst in de basis iets heel gezonds is.

Angst als bescherming

Angst is een beschermingsmechanisme. Stel je voor dat je in zee zwemt en je ziet ineens een haai. Dan is het heel handig dat je lichaam direct reageert. Je brein drukt op de alarmknop en je lichaam maakt zich klaar om te vluchten, te vechten of te bevriezen. Je hartslag gaat omhoog zodat er meer bloed naar je spieren stroomt, je gaat sneller ademen om meer zuurstof binnen te krijgen en je gaat zweten om je lichaam koel te houden. Alles in jou staat op scherp om te overleven. In die situatie is dat perfect.

Maar wat als er geen haai is?

Bij de jongen die ik begeleid, was er geen haai. Hij zat gewoon in de klas. Toch reageerde zijn lichaam alsof er levensgevaar was. Dat noemen we een vals alarm. Ik leg het kinderen vaak zo uit: je brein is een rookmelder. Een rookmelder is heel belangrijk — maar soms gaat hij af terwijl er alleen een kaarsje brandt. Er is geen brand, maar het alarm maakt wel lawaai. Bij een paniekaanval doet het brein precies dat: het slaat alarm terwijl er geen echt gevaar is.

De paniekcirkel

Wat er vervolgens gebeurt, noemen we de paniekcirkel. Het begint met een gedachte: "Straks krijg ik paniek." Het lichaam reageert daarop — hart bonkt, buikpijn, duizeligheid. Dat gevoel wakkert de angst verder aan: "Zie je wel, het gaat mis!" Het kind wil weg, wil hulp zoeken of wil controleren of alles nog goed gaat. En zo wordt het alarm steeds sterker. De angst voor de paniek zorgt juist voor nieuwe paniek. Dat is de vicieuze cirkel.

Hoe stap je eruit?

De sleutel zit niet in het wegduwen van angst, en ook niet in eindeloos geruststellen. De sleutel is leren begrijpen: er is geen echte haai, er is geen brand, dit is mijn alarm. Met deze jongen oefenen we daarom om het gevoel toe te laten, te blijven waar hij is, en te denken: "Dit is vervelend, maar niet gevaarlijk." En dan te merken dat het paniekgevoel vanzelf weer zakt — want dat doet paniek altijd. Het piekt, en daarna daalt het weer. Net als een golf.

Wanneer een kind dat een paar keer heeft ervaren — "Hé, het ging vanzelf over" — verliest het alarm zijn kracht.

Wat ik zo mooi vind om te zien

Langzaam groeit er vertrouwen. Niet omdat de angst weg is, maar omdat het kind weet: ik kan dit aan. Dat is waar Binnen in Beweging voor staat. Niet het wegnemen van gevoelens, maar leren bewegen met wat er van binnen gebeurt.

Herken je dit bij jouw kind? Je bent welkom om contact op te nemen. Samen kijken we hoe we het alarm weer op de juiste stand krijgen.

Download hier gratis het werkblad Werken met de paniekcirkel

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.