Heeft mijn kind een label nodig?

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 19:18

Onlangs las ik een interview met psychiater en hoogleraar Jim van Os over het afschaffen van de DSM, het handboek dat wordt gebruikt voor het stellen van psychische diagnoses.

Zijn boodschap is behoorlijk prikkelend: we zouden minder moeten kijken naar labels en meer naar de unieke gevoeligheden, mogelijkheden en behoeften van een mens.

En eerlijk gezegd bleef ik daar even over nadenken.

Want hoe vaak gebeurt het niet dat we het gedrag van een kind zien en daar vervolgens een verklaring aan koppelen?

“Hij is zo onzeker.”
“Zij heeft waarschijnlijk faalangst.”
“Hij is gewoon heel gevoelig.”
“Ze heeft ADHD, dus daarom lukt dat niet.”

Maar weten we dat eigenlijk wel?

Wat als we te snel denken dat we weten wat er aan de hand is?

In mijn werk kom ik regelmatig kinderen tegen waarbij het gedrag op het eerste gezicht iets heel anders lijkt te vertellen dan wat er werkelijk speelt.

Een kind dat niet aan een opdracht begint, kan bijvoorbeeld onzeker lijken. Misschien denk je al snel aan faalangst.

Maar wat als dat kind helemaal niet bang is om fouten te maken?

Wat als het eerst wil begrijpen waarom het die opdracht moet maken? Wat het ervan gaat leren? Wat het uiteindelijke doel is?

Dan heb je misschien niet te maken met een kind dat meer zelfvertrouwen nodig heeft, maar met een kind dat behoefte heeft aan duidelijkheid en betekenis.

Dat verschil is belangrijk.

Want als we te snel een verklaring geven, bestaat het risico dat we vervolgens ook de verkeerde oplossing kiezen.

Een label kan helpend zijn

Laat ik vooropstellen: ik ben niet tegen labels.

Een diagnose kan juist enorm waardevol zijn. Het kan een kind en ouders erkenning geven. Eindelijk valt er misschien iets op zijn plek. Een label kan bovendien helpen om passende ondersteuning te vinden.

Maar een label vertelt niet het hele verhaal.

Twee kinderen met dezelfde diagnose kunnen totaal verschillend zijn. Wat voor het ene kind werkt, kan voor het andere helemaal niet passend zijn.

Daarom vind ik het belangrijk om niet te blijven hangen bij de vraag:

“Wat heeft dit kind?”

Maar ook te vragen:

“Wat gebeurt er bij dit kind?”

En misschien nog belangrijker:

“Wat heeft dit kind nodig?”

Eerst kijken. Dan pas een conclusie.

Dat is eigenlijk precies hoe ik graag werk.

Ik wil niet vooraf al denken dat ik het antwoord weet.

Ik wil kijken. Luisteren. Doorvragen.

Wat voelt een kind? Waar loopt het tegenaan? Waar wordt het blij van? Wat kost energie? Wat geeft juist energie? En wanneer lukt iets wél?

Want kinderen zijn complex. Gedrag vertelt ons iets, maar niet altijd meteen het hele verhaal.

Een kind dat stil is, hoeft niet angstig te zijn.

Een kind dat niet meedoet, hoeft niet ongemotiveerd te zijn.

En een kind dat vastloopt, hoeft niet “het probleem” te zijn.

Misschien vertelt het gedrag ons vooral dat dit kind iets nodig heeft.

Dat is voor mij de kern van Binnen in Beweging.

Niet kijken naar wat er aan een kind moet worden veranderd, maar samen onderzoeken wat er speelt en wat kan helpen.

Want achter ieder label zit een uniek kind.

En dat kind verdient het om eerst gezien te worden.

Niet als label.
Maar als zichzelf.

Herkenbaar?

Herken je iets hiervan bij jouw kind en wil je eens samen kijken naar wat er werkelijk speelt? Je kunt altijd vrijblijvend contact met me opnemen of een gratis kennismakingsgesprek plannen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.