"Of je kind nu zenuwachtig is voor een gesprek, bang is om naar school te gaan of onzeker wordt van een nieuwe situatie: als ouder wil je maar één ding. Dat je kind zich snel weer beter voelt."
Dus zeg je misschien:
"Je hoeft niet zenuwachtig te zijn."
"Er is niets om bang voor te zijn."
"Er is niets aan de hand."
"Het komt echt goed."
Heel eerlijk? Ik heb die woorden zelf ook vaak uitgesproken tegen mijn eigen kind. Uit liefde. Omdat ik haar wilde beschermen. Omdat ik haar spanning weg wilde nemen.
Maar helpt dat eigenlijk wel?
Een situatie die ik vaak tegenkom
Regelmatig zit ik met een kind en zijn ouders aan tafel. Voor een eerste kennismaking of een gesprek op school. Soms zie ik meteen dat een kind gespannen is. En vaak zien ouders dat ook.
"Volgens mij ben je een beetje zenuwachtig, hè?" Het kind knikt.
En dan volgt bijna automatisch:
"Ach joh, dat is toch nergens voor nodig. Je hoeft helemaal niet zenuwachtig te zijn. Ze wil je alleen maar helpen."
Ik begrijp die reactie zo goed. Want achter die woorden zit liefde. Achter die woorden zit een ouder die zijn kind graag gerust wil stellen. Maar toch gebeurt er iets waar we ons vaak niet bewust van zijn.
Wat hoort een kind eigenlijk?
De zenuwen zijn er al. Dat gevoel is echt.
Wanneer we vervolgens zeggen dat daar "geen reden voor is", kan een kind onbedoeld de boodschap krijgen dat het zich eigenlijk anders zou moeten voelen. Dat zijn gevoel niet klopt. Terwijl gevoelens helemaal niet goed of fout zijn. Ze zijn er gewoon.
Wat kinderen wél nodig hebben
Pas toen ik me verdiepte in de SPACE-methodiek (Supportive Parenting for Anxious Childhood Emotions), vielen er allerlei puzzelstukjes op hun plek.
Deze wetenschappelijk onderbouwde methode gaat uit van een mooi uitgangspunt: we hoeven de angst of spanning van een kind niet weg te nemen. Sterker nog, door steeds te proberen die spanning te laten verdwijnen, kan een kind juist onbedoeld leren dat die spanning gevaarlijk is.
Wat helpt dan wel? Twee krachtige boodschappen.
De eerste:
"Ik zie dat dit spannend voor je is."
En de tweede:
"Ik weet dat jij hiermee om kunt gaan."
Juist die combinatie blijkt kinderen te helpen. Ze voelen zich begrepen én ervaren tegelijkertijd dat hun ouder vertrouwen heeft in hun eigen kracht. Onderzoek laat zien dat deze manier van reageren angstklachten kan verminderen en dat de SPACE-methodiek net zo effectief kan zijn als cognitieve gedragstherapie bij kinderen met angst, terwijl de begeleiding zich volledig richt op de ouders.
Hoe klinkt dat in de praktijk?
Stel dat een kind zenuwachtig is omdat ik naast hem zit. Dan kun je bijvoorbeeld zeggen:
"Ik zie dat je zenuwachtig bent. Dat snap ik eigenlijk heel goed. Het is ook best spannend als er iemand bij zit die je nog niet kent."
En daarna:
"Ik weet dat jij met die spanning om kunt gaan. Ik blijf bij je."
Voel je het verschil? Je probeert de spanning niet weg te praten. Je geeft er ruimte aan.
En tegelijkertijd geef je je kind iets misschien nog wel waardevoller: Vertrouwen.
Ik blijf het zelf ook leren
Nog steeds betrap ik mezelf er weleens op. Dan hoor ik de woorden "Je hoeft niet bang te zijn" alweer op het puntje van mijn tong liggen.
Niet omdat ik mijn kind niet serieus neem. Maar omdat ik zijn pijn of spanning het liefst meteen weg zou willen nemen. En toch kies ik steeds vaker voor iets anders.
"Ik zie dat dit spannend voor je is."
Want steeds meer geloof ik dat kinderen niet leren omgaan met moeilijke gevoelens doordat wij ze voor hen oplossen. Ze leren ermee omgaan doordat wij laten zien dat gevoelens er mogen zijn én dat we vertrouwen hebben dat zij er doorheen kunnen bewegen.
Misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste cadeau dat we onze kinderen kunnen geven.
Niet een leven zonder spanning.
Maar het vertrouwen dat ze sterk genoeg zijn om met die spanning om te gaan.
En misschien begint dat wel met één kleine verandering in onze woorden.
Herken jij jezelf hierin? En welke woorden gebruik jij als jouw kind het spannend heeft? Ik lees het graag in de reacties.
Reactie plaatsen
Reacties