Soms hoor je uitspraken die blijven hangen. Omdat ze je raken. Omdat ze iets blootleggen wat zoveel ouders dagelijks voelen, maar niet altijd durven uitspreken.
Laatst had ik een gesprek met een moeder op school. Zij maakte zich zorgen over haar zoon. Thuis ziet ze een slimme, gevoelige jongen met een enorme fantasie, veel kennis en een sterke behoefte aan autonomie. Maar op school komt dat er nauwelijks uit. Hij lijkt zich aan te passen, laat weinig zien en loopt steeds meer vast in motivatie. Ze vroeg zich af of er misschien sprake zou kunnen zijn van hoogbegaafdheid en of hij misschien onderpresteert. Ik deelde deze zorgen en vermoedens met school.
De reactie van een leerkracht was:
"Als hij hoogbegaafd is, dan eet ik mijn schoen op."
Toen ik dit hoorde, voelde ik meteen boosheid en teleurstelling. Niet omdat iemand het niet direct eens hoeft te zijn met een vermoeden van hoogbegaafdheid. Natuurlijk mag je daar kritisch naar kijken. Maar de manier waarop dit gezegd wordt, sluit ieder open gesprek meteen af.
En dat is precies waar het vaak misgaat.
Veel ouders vinden het ontzettend spannend om hun zorgen hierover uit te spreken. Ze zijn bang om gezien te worden als 'die ouder' die denkt dat zijn of haar kind uitzonderlijk slim is. Terwijl het daar meestal helemaal niet om gaat. Ouders komen niet met deze zorgen omdat ze willen horen hoe geweldig hun kind is. Ze komen omdat ze zien dat hun kind niet lekker in zijn vel zit. Omdat ze voelen dat er iets niet klopt. Omdat ze thuis een ander kind zien dan op school.
En ouders kennen hun kind vaak heel goed.
Zeker bij hoogbegaafde kinderen zie ik regelmatig dat school en thuis totaal verschillende beelden kunnen geven. Sommige kinderen passen zich sterk aan. Ze kijken eerst de kat uit de boom. Ze willen geen fouten maken of juist niet opvallen. Anderen hebben allang geleerd dat goed presteren sociaal niet altijd handig is. En sommige kinderen raken simpelweg ongemotiveerd wanneer de lesstof niet aansluit bij wat zij nodig hebben.
Dat maakt hoogbegaafdheid soms lastig zichtbaar in de klas.
Wat kinderen laten zien, is niet altijd hetzelfde als wat ze kunnen.
Juist daarom is het zo belangrijk dat ouders en school samenwerken vanuit nieuwsgierigheid in plaats van aannames. Dat er ruimte is om vragen te stellen. Om samen te onderzoeken wat een kind nodig heeft. Zonder oordeel. Zonder sarcasme.
Een uitspraak zoals deze doet namelijk meer dan alleen een gesprek ongemakkelijk maken. Het zorgt ervoor dat ouders zich niet serieus genomen voelen. Dat ze gaan twijfelen of ze hun zorgen nog wel durven delen. Terwijl we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen: dat een kind zich gezien en begrepen voelt. Gelukkig deed school deze uitspraak niet naar de ouder zelf toe, maar naar mij.
Ik geloof niet dat ouders verwachten dat school meteen overal een antwoord op heeft. Maar wél dat er geluisterd wordt.
Soms begint passende ondersteuning namelijk gewoon met een open houding en de bereidheid om écht te kijken naar wat een kind laat zien… én naar wat er misschien nog verborgen blijft.
Reactie plaatsen
Reacties